Het biologisch ontginningslandschap

Projectnaam: Het biologisch ontginningslandschap
Opdrachtgever: Hogeschool Van Hall Larenstein
Datum: Derde studiejaar

Het biologisch ontginningslandschap

Inmiddels is het tot de meeste mensen onder ons wel duidelijk, we moeten duurzamer gaan leven. De hogeschool  Van Hall Larenstein heeft deze verduurzaming hoog in het vaandel staan. Hiertoe wordt gestreefd de meest duurzame hogeschool van Nederland te zijn. De studenten van de opleiding T&L worden geprikkeld om deze duurzame gedachte toe te passen in de ontwerpopgaven waar zij voor komen te staan. In dit artikel nemen we een kijkje in een opgave om de landbouw te verduurzamen.

De casus
De studenten van het derde jaar landschapsarchitectuur hebben de opdracht gekregen een ontwerp te maken voor een 2000 hectare groot gebied gelegen in de Noorderwold-Eemvallei aan de rand van Almere. Het gebied moet aanvankelijk ruimte bieden aan 50 hectare woningbouw, 250 hectare nieuwe natuur, 700 hectare duurzame landbouw en 1000 hectare conventionele landbouw. Daarbij wordt in acht genomen dat het de eerste stap is in een gefaseerd plan waarbij de woningbouw en duurzame landbouw zich verder zullen ontwikkelen.

De opgave is uitgevoerd in groepsverband en heeft uiteindelijk tot een masterplan geleid. Vanuit dit masterplan hebben de studenten zich individueel op een specifiek aspect gericht om deze verder uit te werken. We nemen een kijkje in de uitwerking van de duurzame landbouw.

Het biologisch ontginningslandschap
In het masterplan is ambitieus ingezet op een duurzaam ontwerp, een ontwerp waarin we geven en nemen. Het masterplan ontplooid zich als een demotuin voor duurzame en innovatieve stedenbouw en landbouw. Het masterplan moet hét kenniscentrum worden op het gebied van grootschalige biologische landbouw. Partijen uit binnen- en buitenland zullen meekijken naar onze innovatieve systemen en experimenten. Verschillende landbouwsystemen zullen in ons gebied worden toegepast om zo een gevarieerd aanbod van biologische oplossingen te kunnen aandragen.

We zien ons projectgebied als ‘startpunt’. Omgeven door grootschalige conventionele landbouw vormt het een sterk contrast tussen monotone, ecologisch ‘dode’ akkers en een biologisch akkerlandschap vol afwisseling tussen teelt, natuur en ecologische structuren waar mens en dier zich thuis voelen en hun steentje bijdragen in het biologische systeem.

Daarom spreken we over het Biologisch Ontginningslandschap. Net als de oude ontginningslandschappen van weleer zal het biologisch ontginningslandschap zich uitrollen over de omliggende landen. Naar mate de vraag naar biologische producten toeneemt, kan ons nieuwe landschap groeien, terrein boeken op de conventionele landbouw en zodoende de Flevopolder aantrekkelijker maken voor alle mogelijke partijen.

Vlakbij ons projectgebied vinden we in 2022 de wereldtuinbouw tentoonstelling Floriade. Deze Floriade zal oplossingen verkennen in de tuinbouw die bijdragen aan een duurzame en leefbare stad. De Floriade en ons masterplan zullen elkaar dus aanvullen in deze vraagstukken, de Floriade middels tuinbouw, het masterplan middels landbouw.

De noodzaak
Onze conventionele landbouw pleegt roofbouw op onze gronden. De grond wordt uitgeput door het onttrekken van voedingsstoffen middels de oogst. De mensheid heeft altijd oplossingen geprobeerd te zoeken voor dit probleem. Zo is men gaan ploegen om onder andere de uitspoelende voedingsstoffen middels grondkering weer naar boven te halen. Maar dit is slechts een uitstel van het probleem. De oplossing lag in het toevoegen van voedingsstoffen van elders. Zo kenden we in Nederland op de zandgronden het potstalsysteem. De akkerlanden werden jaarlijks verrijkt met stalmest. Maar dit systeem putte de grond weer elders uit. Om klauwziektes bij het vee in de stal tegen te gaan moest de mest worden aangevuld met droge heideplaggen. Met grootschalige, verwoestende zandverstuivingen op onder andere de Veluwe ten gevolge.
De komst van kunstmest in de 19e eeuw bracht een einde aan het potstalsysteem en veranderde het Nederlandse landschap rigoureus. Echter omdat kunstmest niet zoals organische mest uit vezelrijk materiaal bestaat, spoelt het snel uit waardoor niet alles door de planten kan worden opgenomen. Dit resulteert tot een verhoging aan onder andere stikstof in het oppervlaktewater waardoor de overlevingskansen van in het water levende dieren afneemt. Ook de winning van drinkwater wordt hierdoor bemoeilijkt.

Een gesloten mineralenbalans
Om biologisch verantwoord te kunnen boeren wordt gestreefd naar een gesloten mineralenbalans. Uitputting van de bodem wordt tegengegaan door het toevoegen van mineralen welke uit hetzelfde projectgebied worden gewonnen. Zo worden ook de transportlijnen kort gehouden opdat het milieu minder wordt belast.
In de masterplanfase zijn uitspraken gedaan over het toepassen van een potstalsysteem. In dit systeem grazen (vlees)koeien in het groeiseizoen op de natuurlanden en staan ze in het winterseizoen op stal. Om het natuurlijk karakter van deze gebieden te waarborgen is bepaald dat er op elke vier hectare een koe kan grazen. Dit komt neer op een totaal van  130 koeien. In de vijf maanden op stal produceren de koeien een massa mest waarmee een van oppervlakte van 100ha. landbouwgrond bemest kan worden.

In het initiële masterplan  blijkt dat een groot landbouwgebied  onbemest blijft en op conventionele middelen is aangewezen. We kunnen hier op twee manieren verandering in aanbrengen te weten. Zo kunnen we met de gevonden verhoudingen ons masterplan opnieuw indelen.

Door de kavels in het masterplan her te verdelen weten we 235 koeien te voeden welke 182 hectare landbouwgrond kunnen bemesten. Ogenschijnlijk lijkt de cirkel rond, maar is dat wel zo? De gewassen verlaten het systeem en daarmee de mineralen. Er zullen nog steeds stoffen moeten worden toegevoegd van buiten het terrein. Daarbij wordt onze doelstelling een demotuin voor de globale landbouw te vormen niet behaald. Voor de recreant is het weliswaar een geweldig gebied geworden, op het gebied van innovatieve en experimentele landbouw is er weinig ruimte. Ons gebied heeft meer potentie.

Het resultaat
Een andere oplossing zou zijn het bemestingssysteem aan te passen en alternatieve bemestingssystemen toe te voegen aan het masterplan. We beginnen met het zoeken naar een mogelijkheid onze veestapel te vergroten, zonder daarbij de in het masterplan aangewezen natuurlanden te veel onder druk te zetten.

Er wordt besloten het vee onder te verdelen in twee rundveebedrijven. Het vee staat nu de eerste twee derde van hun leven in de potstal en op de hooilanden. Dit kan neerkomen op vier jaar. De laatste jaren van hun leven mogen ze vrij rond grazen op de natuurlanden en leveren ze uiteindelijk ‘wildernisvlees’ op. In dit systeem vinden we ruimte voor 360 stuks vee. Met de 240 koeien in het potstalsysteem kunnen de bruin gekleurde akkers worden bemest. De hooilanden, akkerranden en keverbanken leveren wintervoeding op en deze koeien kunnen in de zomermaanden grazen op de hooilanden, akkerranden en braakliggende randen.

Na ‘gediend’ te hebben in het potstalsysteem mogen de koeien jaarrond genieten van hun pensioen door de natuurlanden te begrazen. Met één koe per vier hectare natuurland onderhouden 120 koeien het terrein en ontstaat er een natuurlijk landschap met een hoge biodiversiteit.
Wanneer een koe twee jaar op de natuurlanden heeft gegraasd gaat het dier naar het slachthuis. Het vlees verdiend dan het keurmerk ‘wildernisvlees’ en is een zeer verantwoord product voor de bewuste vleesliefhebber. Door het slachthuis in het eigen projectgebied te vestigen blijven de transportlijnen kort en goedkoop. Daarbij hoeven de beesten niet urenlang opgehoopt in een vrachtwagen te staan.

Nu wordt er nog een tweede systeem bij gevoegd; Bemesting uit de stad Almere. De bevolking van Almere maakt immers al onderdeel uit van het systeem. Gezien de wens producten lokaal te verkopen zullen zij biologische producten afnemen als gewassen en vlees, ook zullen zij hier gaan recreëren. Almere kan mest terugleveren. Rioolwaterzuiveringsinstallaties kunnen slib rijk aan mineralen waaronder fosfaat filteren uit het afvalwater. Deze slib wordt momenteel nog als biomassa vergist of verbrand om energie mee op te wekken. Echter hierbij gaan de nuttige mineralen verloren. Dit zuiveringsslib kan ook geschikt worden gemaakt voor bemesting op het land. Almere levert slib op waarmee naar eigen berekening 800ha. kan worden bemest. Ruim voldoende voor ons projectgebied.

De akkers welke bemest moeten worden liggen op de bestaande verkavelingsstructuur ten oosten van de Eemstructuur. Ze kenmerken zich door hun 20 meter brede omzoming van akkerranden; bloemrijk gras waar vanuit natuurlijke ongediertebestrijders de gewassen in trekken. daarnaast vinden we een soortgelijke strook ‘keverbank’ centraal op de akker. De insecten en spinnen welke het voorzien hebben op luizen en dergelijke hebben twee à drie weken de tijd nodig om in het hard van de 500 meter brede akker te komen. Deze reistijd word zodoende gehalveerd. Verder zullen de akkers zich kenmerken door hun opstrekkende verkaveling met wisselteelt. Wisselteelt komt de bodemkwaliteit ten goede en bemoeilijkt verspreiding van gewasziekten. Deze akkers dienen als voorbeeld voor een gefaseerde uitbreiding van het biologisch ontginningslandschap.

Groene dooradering
Wanneer er geen insecticide wordt gebruikt is een sterk verankerde ecologische structuur van vitaal belang voor ons projectgebied. Deze structuur zorgt voor biodiversiteit in het landschap.

Zoals gezegd vinden we akkerranden en keverbanken in het masterplan. Zij vormen de bloedvaten in het ecologisch netwerk. Ook vogels en kleine zoogdieren kunnen hier hun onderkomen vinden. Deze akkerranden en keverbanken moeten jaarlijks worden uitgemaaid. Daarom bevindt er zich een uitvalbasis rondom het akkercomplex; de natuurweiden langs de Eem en het Adelaarstracée waar onze vleeskoeien grazen. De slagaders van ons ecologisch netwerk. Hier wordt een gebalanceerd aantal runderen uitgezet en het terrein wordt verder aan de natuur overgelaten. Natte graslanden vinden we aan de noordkant tegen de stad Almere aan. Dit is het kloppend hart van het ecologisch netwerk. Verschillende dieren vinden onderkomen in de bossages die hier gelegen zijn en jagen en foerageren in de velden en vennen. Onder andere de velduil zal hier haar habitat kunnen vinden.

We vinden een cyclische beweging waarbij Almere bezoekt, levert en afneemt. De rol van de ecologische structuur is van vitaal belang voor de instandhouding van de cyclus en kent haar eigen interne systeem in de vorm van een voedselketen.

Visie
Het systeem welke we hebben geschetst staat nog in de kinderschoenen. In de uitvoering zullen kinderziektes optreden. Pioniers in de biologische landbouw lopen hier al tegenaan en weten facetten van het systeem te verfijnen. Ook de verhoudingen in grondverdeling zullen anders zijn afhankelijk van de verschillende bodemsoorten en landschapstypen waar projectgebieden in kunnen liggen.
Maar we zien het geschetste biologisch ontginningslandschap als een concept, een basis van waaruit we verder kunnen ontwikkelen naar een diversiteit aan veerkrachtige voedsellandschappen. Wellicht eerst in de Flevopolder, maar uiteindelijk mondiaal.